| PWB3010 | Data–analyse | 5 |
| PWB3020 | Klinische besliskunde | 5 |
| PWB3030 | Ontwikkelingspsychopathologie | 5 |
| | Vrije keuze | 10 |
| | Keuze uit: | |
| PWB3040 | Jeugd, gezins– en onderwijsbeleid | 5 |
| PWB3050 | Gehandicaptenzorg | 5 |
Daarnaast kiest elke student voor de klinische of de niet-klinische variant. De klinische variant bereidt voor op de masteropleiding Pedagogische Wetenschappen die twee differentiaties heeft; Orthopedagogiek: gezin en gedrag en Orthopedagogiek: leren en ontwikkeling. De niet-klinische variant bereidt voor op de masteropleiding Onderwijskunde.
Onderdelen klinische variant: PWB3060 | Methodiek van de psychodiagnostiek | 5 |
| PWB3070 | Behandelingsmethodiek | 5 |
Daarnaast kiest elke student binnen de klinische variant voor één van de onderstaande klinische practica:
| PWB3080 | Klinisch practicum gezin en gedrag | 10 |
| PWB3090 | Klinisch practicum leerproblemen | 10 |
| PWB3091 | Klinisch practicum verstandelijke handicaps | 10 |
| PWB3092 | Klinisch practicum zintuiglijke handicaps | 10 |
| PWB3093 | Klinisch practicum lichamelijke handicaps | 10 |
Ten slottte kiest elke student binnen de klinische variant voor één van onderstaande onderzoekseminars:
| PWB3100B | Onderzoekseminar en eindwerkstuk orthopedagogiek: gezin en gedrag | 10 |
| PWB3100A | Onderzoekseminar en eindwerkstuk orthopedagogiek: leren en ontwikkeling | 10 |
Onderdelen niet-klinische variant:
| PWB3110 | Leren en instructie | 5 |
| PWB3120 | Werkveldoriëntatie | 10 |
| PWB3130 | Onderwijs en maatschappij | 5 |
| PWB3100C | Onderzoekseminar en eindwerkstuk onderwijskunde | 10 |
Om in 2009-2010 tot de masteropleiding Pedagogische Wetenschappen te worden toegelaten moeten studenten in het bezit zijn van een afgeronde propedeuse Pedagogische Wetenschappen en minimaal 110 EC hebben behaald in het B2- en B3-jaar. Vóór aanvang van de stage en casuïstiek moeten in elk geval de volgende onderdelen zijn afgerond: klinisch practicum, behandelingsmethodiek, methodiek van de psychodiagnostiek en psychometrie.
Vóór aanvang van de scriptie bij Pedagogische Wetenschappen en Onderwijskunde moeten in elk geval de volgende onderdelen zijn afgerond: onderzoekseminar en eindwerkstuk bacheloropleiding en toetsende statistiek.
Om in 2009-2010 tot de masteropleiding Onderwijskunde te worden toegelaten moeten studenten in het bezit zijn van een afgeronde propedeuse Pedagogische Wetenschappen en minimaal 110 EC hebben behaald in het B2- en B3-jaar.
Vóór aanvang van de stage bij Onderwijskunde moeten in elk geval de volgende onderdelenzijn afgerond: werkveldoriëntatie, leren en instructie en psychometrie.
Vóór aanvang van de scriptie bij Onderwijskunde moeten in elk geval de volgende onderdelenzijn afgerond: onderzoekseminar en eindwerkstuk bacheloropleiding en toetsende statistiek.