Community Outreach Project

Werkvormen

  • 30 uur hoorcollege
  • 40 uur onbegeleid groeps project werk
  • 20 uur werkcollege
  • 78 uur zelfstudie

Toelichting werkvormen

Het zwaartepunt ligt op het projectwerk. Een indicatieve urenverdeling:

  • Voorbereidende fase:
    • oriëntatie, voorstudie: 20 uur 
    • stagevoorstel: 8 uur 
  • Uitvoerende fase: 
    • projectwerk: 120 uur 
  • Afrondende fase:
    • eindverslag: 20 uur

totaal 168 uur ~ 6 ec.

Vereiste voorkennis

Basiskennis Bachelor

Leerdoelen

Na afloop van deze cursus kan de student

  • meewerken aan een internationaal project gericht op verbetering van de infrastructuur in een andere cultuur;
  • wetenschappelijke methoden en technieken toepassen in een concrete situatie;
  • samenwerken in een multicultureel, internationaal team;
  • zich efficiënt oriënteren op de bijzondere (maatschappelijke) omstandigheden in de context van het project;
  • de eigen rol definiëren binnen zo'n project; deze rol plaatsen in het kader van eigen persoonlijke of vakinhoudelijke ontwikkeling;
  • reflecteren op de toepasbaarheid van eigen kennis en vaardigheden in de nieuwe context;
  • reflecteren op de eigen bijdrage, voortgang en resultaten.

Inleiding

De student werkt mee in een lopend internationaal project. De projecten hebben een sterk maatschappelijke functie. De inhoudelijke bijdrage wordt op academisch niveau vorm gegeven. Het werk heeft het karakter van een internationale stage: het meewerken staat centraal. Daarnaast is er de voorbereiding en het reflecteren op het eigen handelen.

De deelname aan deze stage wordt beperkt door de mogelijkheden die binnen de lopende projecten voorhanden zijn. Bij de keuze van projecten wordt uitgegaan van de volgende speerpunten: (1) ICT, (2) Onderwijs, (3) Omgeving en milieu en (4) maatschappelijke consequenties, met name de zogenaamde gender issues.

In sommige projecten werken de studenten samen met studenten uit andere landen.

Onderwerpen

De volgende onderwerpen komen aan bod:

  1. Cultuurverschillen
  2. Maatschappelijke gevolgen van ICT
  3. Het opzetten van een projectplan
  4. Appropriate ICT
  5. Educatieve aspecten van ICT onderwijs
  6. De inrichting van een informatiecentrum
  7. ICT als ondersteuning van het leerproces
  8. Ontwikkelingssamenwerking
  9. Omgeving en milieu
  10. Gender issues

Toetsvorm

Er zijn tussentijdse voortgangsbeslissingen, ter beoordeling aan stagecoördinator en eventuele locale begeleider.

Afgerond wordt met een stageverslag, bestaande uit de voorstudie, het stagevoorstel, het activiteitenverslag en reflectie.

Literatuur

  1. Cultures and Organizations: Software of the mind. Geert Hofstede, Gert Jan Hofstede, Michael Minkov. http://ru.nl.libguides.com/ebooksverplichtestudieliteratuur/informaticaeninformatiekunde
  2. I. Dankelman, Gender and Climate Change: An Introduction


Tijdens de colleges wordt additioneel materiaal verstrekt (via Blackboard).

Bijzonderheden

De student sluit aan bij een lopend community project (voorbeeld: ICT4Kids) of een ander aandachtsgebied voor samenwerking (voorbeelden: Oeganda, Ethiopië, India, Zuid-Afrika, Ghana). We spreken hierna voor het gemak over 'het project'.


De stagecoördinator stelt een lijst met mogelijke stageopdrachten op. In bijzondere gevallen kan een student een voorstel doen voor een alternatief.

De stage bestaat uit fasen. In de voorbereidende fase oriënteert de student zich op het project en de context waarbinnen dit uitgevoerd moet worden (technologisch, cultureel en vakinhoudelijk). De student legt de bevindingen vast in een stagevoorstel (in de vorm van een essay). Hierin definieert de student een werkplan voor de stageopdracht en de eigen rol in het project. Dit wordt gemotiveerd aan de hand van de eigen ontwikkeling op persoonlijk of vakinhoudelijk vlak. Die rol kan uiteenlopende vormen hebben: werk ter plekke, ondersteuning in Nederland, beleidsmatig, etc. De student beschrijft de voorgenomen werkzaamheden en laat zien dat de geplande werkzaamheden vakinhoudelijk relevant zijn. De student stemt een en ander af met de stagecoördinator. Na de voorbereidende fase wordt door de stagecoördinator op basis van het werkplan een beslissing (go/no-go) genomen over de voortzetting van de stage.

In de uitvoerende fase werkt de student op locatie mee in het project conform het stagevoorstel. Hij houdt een verslag bij van zijn activiteiten.

Na afloop, tijdens de afrondende fase, reflecteert de student op zijn eigen bijdrage, en gaat in op de bereikte resultaten, de voortgang (inclusief moeilijkheden en oplossingen) en de bijdrage die zijn werk heeft geleverd aan het project en de eigen ontwikkeling. De student legt zijn bevindingen vast in een eindverslag.

Tijdens het werk heeft de student contact met de stagecoördinator en/of een locale begeleider.
 
Opmerking: deelname is beperkt tot het aantal stageplaatsen.
 
Voor projecten uit voorgaande jaren, zie de website http://www.ict4kids.nl
 
 

Vakcode
NWI-IBI005
Studiepunten
6 ec
Periode
tweede semester
Collegerooster opvragen
SWS / PersoonlijkRooster

Docenten

Opgenomen in